‘God vergeve het hen’. Alle ‘dokters Knock’ blijven nutteloze rugradiografieën nemen op kosten van de maatschappij

‘Aspecifieke’ lage rugpijn blijft nog eeuwenlang onzichtbaar

In tal van wetenschapsgebieden neemt men aan dat de belangrijkste vragen reeds decennia geleden beantwoord werden. De waarheid is veeleer dat ze nog eeuwenlang onopgelost zullen blijven. Dit geldt vooral voor zgn. ‘aspecifieke’ lage rugpijn, die meer dan 80 procent van de wereldbevolking (dus meer dan 6 miljard mensen) treft1,2. Zelfs in 2018 blijkt er totaal geen oplossing te bestaan voor het geheel van onverklaarbare klachten ten gevolge van de variërende evolutie van dit type lage rugpijn. Toch blijven de kosten voor standaard routineonderzoeken en -behandelingen, die uiteindelijk niets aan de onderliggende situatie veranderen, in elk land torenhoog oplopen3. Erger nog, wereldwijd veroorzaakt deze niet-fatale lage rugpijn meer werkonbekwaamheid dan alle andere dodelijke aandoeningen samen, bv. hart- en longziekten, diabetes, hoge bloeddruk en tumoren4.

Nood aan een intelligent buitenaards wezen

Enkel een superintelligent buitenaards wezen kan begrijpen wat de aardse medische wereld verstaat onder ‘aspecifieke’ lage rugpijn. En nog eigenaardiger: door klakkeloos andermans redeneringen uit het buitenland over te nemen, durven ze in ons land bovendien zelfs beweren dat ‘aspecifieke’ lage rugpijn steeds minder te verklaren is op het niveau van de (rug)anatomie’5,6,7. Met andere woorden, men moet de oorzaak van lage rugpijn niet zoeken in de wervelzuil met zijn vele discussen, maar ergens tussen de oren. Alle zgn. rugdeskundigen die er deze denkwijze op nahouden, doen me denken aan de farizeeën in het schilderij ‘De Parabel der Blinden’ van Pieter Bruegel de Oude8. De ene blinde leidt de andere blinde naar de sloot. Waarom al die medisch geschoolden op de kosten van de maatschappij nog massa’s radiologische onderzoeken van de wervelzuil blijven aanvragen, weet enkel een hoogbegaafd buitenaards wezen. Blijft radiograferen een medische (?) oefening in futiliteit, wanneer men a priori weet dat er niets gezien kan worden?

De geneeskunde gedraagt zich als de ongelovige Thomas

De geneeskunde kan slechts definitief een aandoening doen verdwijnen wanneer ze met zekerheid de oorzaak ervan heeft kunnen zien. Zo genas ik van mijn appendicitis dankzij een operatie. Anderzijds vindt de geneeskunde geen oorzaak en dus geen behandeling om mijn slapende kankercellen definitief de kop in te drukken. Omdat de geneeskunde ook op geen enkele manier de oorzaak van ‘aspecifieke’ lage rugpijn kan vinden, kan ze op weinig sympathie rekenen. De meeste beoefenaars van medische en paramedische beroepen kunnen zich in het geval van ‘aspecifieke’ lage rugpijn slechts gedragen als de ongelovige Thomas uit de Bijbel9. Bij radiologische onderzoeken beschikken ze over weinig betrouwbare elementen om ‘aspecifieke’ lage rugpijn te verklaren. Dit is de vermoedelijke reden waarom hogere instanties als de Amerikaanse orde der geneesheren10 en het Belgisch Kenniscentrum11,12 beweren dat er voor ‘aspecifieke’ lage rugpijn geen efficiënte behandelingen bestaan.

Tijdloze fantasieën over ‘aspecifieke’ lage rugpijn

Zolang zwart op wit geen oorzaken kunnen gevonden worden, zullen er in deze wereld veel medische en paramedische geesten blijven rondlopen die menen alles te kunnen verklaren hoewel ze er niets van begrijpen13. Leve de pierewietpraat! Gelukkig lopen er toch nog enkele scherpzinnige wezens rond die anders denken en tot actie oproepen14,15,16. Een wijs en verstandig man zei ooit dat ‘domheid geen gebrek is aan kennis maar menen te weten zonder kennis’17.

Gevangenen van medische onwetendheid

Wil ze mettertijd een verklaring kunnen geven voor het complexe probleem van meer dan 6 miljard mensen die last hebben van ‘aspecifieke’ lage rugpijn, dan mag de geneeskunde niet langer de gevangene blijven van haar eigen onwetendheid. Om de realiteit van pijn in de onderrug te begrijpen, mogen artsen ook niet blijven zien wat ze zich inbeelden te kunnen zien. Ze zouden moeten kunnen begrijpen wat de schaduwen op de radiografieën betekenen. Ze zouden niet als gevangenen zijn in een grot voor wie de werkelijkheid verborgen blijft. Vergelijk het met de grotallegorie van Plato18,19.

‘Plato’s grot’: werkelijkheid verschilt van schaduwen

Wie zich in een grot bevindt, kan slechts fantaseren hoe de werkelijkheid buiten de grot eruitziet.
Radiologische beelden van de wervelzuil geven slechts weer wat zich werkelijk in de benige structuren voordoet, maar helemaal niet in de discusonderdelen. In de benige wervels kan men o. a. breuken zien, osteoporose, verstijvende spondylitis (= Bechterew), infecties, af en toe een kanker of de uitzaaiing ervan etc.
Men ziet slechts de schaduwen van hetgeen zich werkelijk afspeelt in de drie verschillende kraakbenige discusonderdelen20,21,22,23,24. Op de radiologische beelden kan men de afwijkingen in de verschillende fases van verouderende (en ook degenererende) discussen niet onderscheiden (cf. Blogs ‘Discussen verouderen snel’ en ‘Verouderende discussen moeten hun strategie aanpassen’).

Talrijke kamers van onwetendheid in de grot der rugdeskundigen

Men mag zich dus niet blijven afschermen van de realiteit in de kamers van onwetendheid binnenin de medische grot. Wie als medicus of paramedicus niet uit zijn ‘hok’ komt om het echte gebeuren in de discus tijdens het menselijke leven te leren kennen, kan niet anders dan radiologische discusbeelden naar eigen goeddunken interpreteren. Werden deze medici wél ooit met de werkelijkheid geconfronteerd – wat hen echter niet aangeleerd wordt -, dan zouden ze niet zo hopeloos door de schijnwerkelijkheid verblind zijn.
Zolang de huidige kennis over ‘aspecifieke’ onderrugpijn slechts op een niet-wetenschappelijke basis berust, zal ze blijven uitmonden in desastreuze gevolgen25. Was die kennis aanwezig, dan zou het ook veel lastiger zijn om de doorsnee rugpatiënt dommigheden wijs te maken in de trant van ‘aspecifieke lage rugpijn’. Was de kennis aanwezig, dan zou dit ook minder vaak leiden tot verkeerde interpretaties en heelkundige catastrofes26.

Oei! Een plotse pijnscheut in mijn lage rug!

Ikzelf ben chronische lagerugpijnlijder en weet uit ervaring dat een plots optredende opstoot van lage rugpijn gedurende een tweetal dagen bijzonder intens kan zijn, invaliderend zelfs. Toch is er bij de meer dan 6 miljard ‘aspecifieke’ lagerugpijnpatiënten niets ernstigs aan de hand. Net zoals zij heb ik gewoon geen genen geërfd die me van ‘aspecifieke’ lage rugpijn konden vrijwaren hoewel ik mijn rug doorgaans op een normale manier belastte (cf. Blog ‘Overgeërfde slechte genen zijn de hoofdreden voor lage rugpijn’). Ik word inmiddels wel een dagje ouder. De slijtageslag is volop bezig en ik weet dat de geneeskunde er niets kan aan veranderen.

Artsen van het type ‘Dr. Knock’ radiograferen dat het een lieve lust is

Om ook de doorsnee ‘aspecifieke’ lagerugpijnpatiënt gerust te stellen, wordt er zelfs zonder enige verontrustende klacht of klinisch teken medisch geradiografeerd dat het een lieve lust is. Hoewel er dan uiteindelijk in de sterkste structuur van het lichaam (= discus) ‘weinig’ of ‘niets’ te zien is16, raadt men toch aan platte rust te nemen en vreemde, ongewone en niet-vol-te-houden rugschooloefeningen aan te leren. In feite moeten de meeste ‘aspecifieke’ lagerugpijnpatiënten niets anders doen dan rustig blijven rondwandelen. Wereldwijd weten artsen à la ‘Dr. Knock’27 dat het bijzonder makkelijk is iemand te behandelen die niet echt ziek is

Normale radiografieën betekenen geenszins normale discussen

Sinds 1950 weet men dat ‘normale’ radiografieën helemaal niet betekenen dat discussen in de onderrug ook maagdelijk intact zijn28. Zolang de technologieën die beelden van onze discussen maken, niet geperfectioneerd zijn, blijft autopsie het betrouwbaarste middel om na te gaan wat de precieze oorzaak kan zijn van een dergelijk klachtenpatroon29,30. Iedere tak van de wetenschappelijke geneeskunde is trouwens gebaseerd op observatie. Post mortem-analyses van lichaamsorganen verschaften sinds mensenheugenis steeds de sleutel tot het begrijpen van talrijke aandoeningen. De bevindingen boden steeds mogelijkheden om efficiënte geneeskundige behandelingen te ontwikkelen. Maar er is weinig interesse voor autopsies van de wervelzuil31 (cf. Blog ‘Discusproblemen! Wie heeft daar nu interesse voor?’). Toch zijn er op heden meer dan voldoende gegevens bekend om een innovatieve behandeling te bedenken32,33,34,35,36. Niemand waagt er zich evenwel aan omdat velen de mening toegedaan blijven dat ‘aspecifieke’ lage rugpijn tussen de oren zit. De medische wetenschap die zich met lage rugpijn bezighoudt, kent grote macht toe aan een kleine elite die vooral in zichzelf geïnteresseerd blijft. Maar ik hou niet van diegenen die niets willen weten, de zgn. weetniksen.

Hoe zien verouderende discuskernen er op MRI uit?

Omdat ze doorgaans ‘niets’ in het licht stellen, zijn de bestaande radiologische scanners in meer dan 80 % van de gevallen geen betrouwbare bron om duidelijkheid te scheppen wat betreft de oorzaak van ‘aspecifieke’ lage rugpijn28,37,38,39,40,41,42,43,44,45. Daarom ook blijft ‘aspecifieke’ lage rugpijn voor de meesten onder ons een onverklaarbaar mysterie (cf. Blog ‘Mysterie van discuskraakbeen in de lage rug’). De veroudering van de discus start in zijn kern en treedt slechts veel later op in zijn buitenste omringende vezelring46. Maar het is nog geenszins mogelijk de graad van het discogene verouderingsproces in het licht te stellen. Onafhankelijk van de hoeveelheid water die de kernen reeds konden verliezen, kunnen de T2-MRI-beelden slechts zwarte discussen tonen (Fig. 1), meer niet23,47,48,49.

veroudering discuskernen

Fig. 1. De veroudering van discussenkernen kan vandaag slechts onrechtstreeks via MRI-beelden (Fig. 1) vastgesteld worden. Links zijn bij deze persoon van 28 jaar de duidelijk zichtbare eindplaten en buitenste vezelringen vermoedelijk nog intact ter hoogte van de L2-L3 en L5-S1. Daardoor bevatten hun kernen nog ‘normale’ hoeveelheden water en bewaren ze hun witte signaalintensiteit. Ter hoogte van L3-L4 en L4-5 tonen de beelden twee zwarte discussen. Zolang de eindplaten intact blijven (wat niet rechtstreeks vastgesteld kan worden bij zwarte discussen) en ook de discushoogten bewaard blijven, zijn dergelijke ‘zwarte discussen’ onschuldige beelden. Ze tonen enkel en alleen aan dat de kernen ouder worden. D. w. z. dat hun scheikundige samenstelling verandert.
Rechts is er zowel in de L2-L3 (rode cirkel) als eronder in de L3-L4 discussen een duidelijk hamburgerbeeld zichtbaar. Het duidt eveneens slechts op het aanwezige verouderingsproces. Het discogram op L3-L4 vertoont een lekkage van de ingespoten contraststof doorheen een scheur in de buitenste vezelring (gele cirkel). Het discografisch beeld t. h. v. de L4-L5 discus is een typisch beeld van een vergevorderd degeneratief discogeen proces (blauwe cirkel) (zie verdere blogs).

Beeld van verouderende discuskernen tijdens discografie

Tijdens de verouderingsprocessen nemen taaiere collageenvezels (type 1) progressief de ruimten in van discuskernen, waardoor ze almaar meer lijken op littekenweefsel (zie Blog ‘Verouderende discussen moeten hun strategie aanpassen’). Hierdoor verandert niet alleen de kleur van de kern50,51,52, maar verdwijnt stilaan het onderscheid met de buitenring (Fig. 2). Tevens vormen zich meer en meer barsten53 (Fig. 2). In een extreme vergelijking kan men deze situatie vergelijken met een pudding die men lange tijd onaangeroerd laat, die uitdroogt en steeds meer barsten vertoont. Deze evolutie gebeurt niet in één dag tijd. De steeds toenemende hoeveelheid littekenweefsel kan bij sommigen nog vrij lang onderscheiden worden van het eventueel nog aanwezige ‘normale’ waterige discusweefsel. Dit verklaart het typische hamburgerdiscogram (Fig. 1)54. Zolang echter de eindplaten (en ook de buitenste vezelring) intact blijven en niet scheuren of breken, blijft het volume van de kern bewaard (Fig. 2).

veroudering discuskernen

Fig. 2. Bij deze 64-jarige persoon zijn de gevolgen van het verouderingsproces in een L1-L2 discuskern van de lage rug overduidelijk. De eindplaten boven en onder de kern hebben hun strikt normale structuur bewaard. De kern vertoont de typische bruine verouderingskleur alsook diverse onderbrekingen die men als ‘interne discogene scheuren’ omschrijft. Eenmaal de leeftijd bereikt waarop het skelet volwassen is (rond de 21 jaar), verschijnen er meer en meer van deze structurele defecten in de verhardende discuskern. Omdat bij deze persoon de eindplaten intact bleven, bleef ook deze discus zijn normale hoogte bewaren. Het watergehalte was bijna volledig vervangen door collageen littekenweefsel. (A83-40 - Declerck, Taylor, Kakulas, NeuroMuscular Pathology, Perth, University Western Australia en rechts een illustratieve schets door Alonso Ríos, Colombiaanse beeldhouwer, tekenaar en schilder - h).

Discuskernen die verouderen, verliezen hun hoogte niet

Hoewel het tegendeel al jarenlang universeel verkondigd wordt in het onderwijs55, gaan verouderingsprocessen van discuskernen in de lage rug niet gepaard met vermindering van de tussenwervelruimten56,57,58. Verouderende discussenkernen vertonen géén volumevermindering en géén hoogtevermindering (FIG. 2)59,60,61. Dit kan verwonderlijk lijken omdat alle discussen in de onderrug gedurende hun lange levensloop blootgesteld worden aan dezelfde zwaartekracht en dezelfde grote compressie- en torsiekrachten tijdens zitten, staan, gaan en andere activiteiten. Dat de verouderende discussen vooral gekenmerkt worden door (pijnloze) discusuitpuilingen of bulgings, wordt in de volgende blog verduidelijkt.

Vooral osteoporose doet ons krimpen

Indien discussen alleen maar verouderen en niet degenereren, kunnen discushoogten zelfs in lichte mate toenemen61,62,63,64. Naarmate we ouder worden, is het verlies aan lichaamsgestalte vooral te wijten aan aandoeningen die het beenweefsel aantasten. De meest bekende ziekte is osteoporose. Naarmate de wervellichamen zwakker worden, buigen de eindplaten in het zachtere beenweefsel door (= eindplaatconcaviteit)62,63,64,65. De discuskernen zakken door in de osteoporotische wervellichamen alsof ze het been lijken uit te hollen (Fig. 3).
Ondanks het inzakken van wervels en het ontstaan van een bochel, zal niet iedereen met osteoporose rugpijn ontwikkelen66. Dit komt omdat deze patiënten doorgaans nog vrij goed functionerende discussen hebben (Fig. 3). Wervelveroudering gaat niet gepaard met verouderingsprocessen in discussen. Een Vlaamse professor suggereerde dat verschillende genetische factoren hiervoor verantwoordelijk zijn67,68.

veroudering discuskernen

Fig. 3. Osteoporose (rode cirkel) is nog steeds de bekendste onomkeerbare invaliderende ziekte die beenweefselcollageen aantast, waardoor het niet meer in staat is ‘kalk’ vast te houden. Men plast gewoon zijn collagene eiwitten uit66. Behalve wanneer ze ook degenereren, blijven de hoogten van de discussen meestal vrij goed bewaard of nemen ze zelfs lichtjes toe (gele cirkels) (Declerck / Kakulas, Neuropathology, University Western Australia, Perth).

De volgende blog bespreekt de ontwikkeling en de betekenis van een discusbulging in de onderrug.

Gratis E-boek “Oefeningen om chronische pijn te verlichten” downloaden

73% van de chronische pijnpatiënten zijn niet in staat dingen te doen die voor gezonde mensen normaal zijn: stappen, fietsen, met je kinderen spelen, etc. Naast medische behandelingen kan ook lichaamsbeweging heel nuttig zijn om je mobiliteit te bewaren of verbeteren. Dit e-boek wil je vertrouwd maken met enkele eenvoudige lichaamsoefeningen die je pijn kunnen verminderen.

GRATIS DOWNLOADEN

Referenties

1. Hartvigsen J, Hancock MJ, Kongsted A et al., 'What low back pain is and why we need to pay attention’,
Lancet, 2018, 391:2356
2. Foster NE, Anema JR, Cherkin D et al., ‘Prevention and treatment of low back pain. Evidence, challenges, and promising directions’,
Lancet, 2018, 391:2368
3. GBD 2017 Disease and Injury Incidence and Prevalence Collaborators, ‘Global, regional, and national incidence, prevalence, and years lived with disability for 354 diseases and injuries for 195 countries and territories, 1990–2017. A systematic analysis for the Global Burden of Disease Study 2017’,
Lancet, 2018, 392:1789
4. Schofield DJ et al., ‘Back problems, comorbidities, and their association with wealth’,
Spine J, 2015, 15:34
5. Dalle K, Termonia D, ‘Rugpijn? Beweeg met dat lijf!’,
Knack, 14 juni 2017
6. Finoulst Marleen, ‘In 85% van de gevallen vindt men geen duidelijke oorzaak en spreekt men van ‘niet-specifieke lage rugpijn’
Bodytalk, December 2017:20
7. Declerck Guy, ‘Rugpijn’, (reactie op Knackartikel van Dalle et co.)
Knack, 28 juni 2017
8. Pieter Bruegel de Oude, ‘De Parabel der Blinden’,
Schilderij gemaakt in 1568 dat hangt in het Museo di Capodimonte in Napels
9. Ongelovige Thomas onder de loep – Thomas – Godsdienstonderwijs.be
www.kuleuven.be/thomas/page/ongelovige-thomas
10. Julia Belluz, ‘Doctors finally admit drugs can’t fix most cases of back pain. The American College of Physicians now recommends heat therapy and yoga ahead of pain meds for low back pain’,
Vox Topics Trendy, 2017, Feb 14 - julia.belluz@voxmedia.com
11. Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg, ‘Chronische lage rugpijn’,
www.kenniscentrum.fgov.be, KCE Reports, 2006: vol. 48A
12. Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg, ‘Klinische richtlijn rond lage rugpijn en radiculaire pijn’,
www.kennsicentrum.fgov.be, KCE Reports, 2017: 287 As
13. Green Robert, ‘De 48 wetten van de macht’,
Joost Elffers, Meulenhoff, 2010
14. Waddell G, ‘ ‘The Back Pain Revolution’,
Churchill Livingstone, 2004
15. Adams MA, Bogduk N, Burton K, Dolan P, ‘The biomechanics of back pain. Third edition’,
Churchill Livingstone, Elsevier, 2013
16. Nishtar S, ‘The NCDs Cooperative. A call to action’,
Lancet 2017, 390:1820
17. Bruno Nuyttens, CEO HHP
18. Plato, ‘De allegorie van de Grot, de Blinden en de Olifant’ – mobiel
Mobiel.verodengeschriften.nl/html/plato-de-allegorie-van-de-grot.html
19. Rehn R, Moisisch B, ‘Platons Höhlengleichnis. Das Siebte Buch der Politeia. Griechisch-Deutsch
Excerpta Classica, Band 23, Taschenbuch: 12 oktober 2005
20. Dabbs VM, Dabbs LG, ‘Correlation between disc height narrowing and low-back pain’,
Spine, 1990, 15:1366
21. Buckwalter JA, ‘Aging and degeneration of the human intervertebral disc’,
Spine, 1995, 20:1307
22. Boos N, Wallin A, Aebi M et al., ‘A new magnetic resonance imaging analysis method for the measurement of disc height variations’,
Spine, 1996, 21:563
23. Urban JP, Roberts S, ‘Degeneration of the intervertebral disc’,
Arthritis Res Ther, 2003, 5:120
24. Adams MA, Roughley PJ, ‘What is intervertebral disc degeneration, and what causes it?’,
Spine, 2006, 31:2151
25. Russell Bertrand, ‘The Impact of Science om Society’,
New York, Routledge Classics, 2016
26. Wilkinson HA, ‘The failed back syndrome. Etiology and therapy. Second edition’,
New York, Springer-Verlag, 1992
27. Jules Romains, ‘Knock, ou le triomphe de la médecine’,
Willem Putman, 1924
28. Friberg S, Hirsch C, ‘Anatomical and clinical studies on lumbar disc degeneration’,
Acta Orthop Scand, 1949, 19:222 en Clin Orthop Relat Res, 1992, 279:3
29. Burton EC, Mossa-Basha M, ‘To image or to autopsy?’,
Ann Intern Med, 2012, 156:158
30. Chin A, ‘Telltale hearts. Despite advances in medical imaging, an autopsy still gives experts the best picture of what ails us’,
Scientific American, May 2012:52
31. Kaufman SR, ‘Autopsy. A crucial component of human clinical investigation’,
Arch Pathol Lab Med, 1996, 120:767
32. Schmorl G, Junghanns H, ‘Die gesunde und kranke Wirbelsäule in Röntgenbild und Klinik. Pathologisch-anatomische Untersuchungen. 5th Edition‘,
Georg Thieme Verlag, Stuttgart, 1968
33. Kakulas BA, Bedbrook GM, ‘Pathology of injuries of the vertebral column with emphasis on the macroscopic aspects’,
In: Vinken PJ, Bruyn GW (eds), ‘Handbook of clinical Neurology. Volume 25. Injuries of the spine and spinal cord. Part I’,
North-Holland Publishing Company, Amsterdam, 1976:27
34. Bullough PG, Boachie-Adjei O, ‘Slide atlas of spinal diseases’,
Gower Medical Publishing, JP Lippincott, New York, 1989
35. Raushning W, ‘Anatomy and pathology of the lumbar spine’,
In: ‘Adult Spine: Principles and Practice. 2nd Edition’, Frymoyer JW (Editor in Chief)
Lippincott-Raven Publishers, Philadelphia, 1997
36. Rauschning W, ‘New perspectives in spinal anatomy’,
Spine, 2016, 41:S4-S5
37. Boden SD, Davis DO, Dina TS et al., ‘Abnormal magnetic-resonance scans of the lumbar spine in asymptomatic subjects. A prospective investigation’,
J Bone Joint Surg, 1990,72A:403
38. Buirski G, Silberstein M, ‘The symptomatic lumbar disc in patients with low-back pain. Magnetic resonance imaging appearances in both a symptomatic and control population’,
Spine, 1993, 18:1808
39. Moneta GB, Videman T, Kaivanto K et al., ‘Reported pain during lumbar discography as a function of anular ruptures and disc degeneration. A re-analysis of 833 discograms’,
Spine, 1994, 19:1968
40. Salminen JJ, Erkintalo M, Laine M et al., ‘Low back pain in the young. A prospective three-year follow-up study of subjects with and without low back pain’,
Spine, 1995, 20:2107
41. Boos N, Semmer N, Elfering A et al., ‘Natural history of individuals with asymptomatic disc abnormalities in magnetic resonance imaging. Predictors of low back pain-related medical consultation and work incapacity’,
Spine, 2000, 25:1484
42. Luoma K, Riihimäki H, Luukkonen R et al., ‘Low back pain in relation to lumbar disc degeneration’,
Spine, 2000, 25:487
43. Carragee EJ, Chen Y, Tanner CM et al., ‘Provocative discography in patients after limited lumbar discectomy. A controlled, randomized study of pain response in symptomatic and asymptomatic subjects’,
Spine, 2000, 25:3065
44. Videman T, Battié MC, Gibbons LE e al., ‘Associations between back pain history and lumbar MRI findings’,
Spine, 2003, 28:582
45. Lutz GK, Butzlaff M, Schultz-Venrath U, ‘Looking back on back pain: trial and error of diagnoses in the 20th century’,
Spine, 2003, 28:1899
46. Boos N, Weissbach S, Rohrbach H et al., ‘Classification of age-related changes in lumbar intervertebral discs. 2002 Volvo Award in basic science’,
Spine, 2002, 27:2631
47. Adams MA, Hutton WC, ‘The effect of posture on the fluid content of lumbar intervertebral discs’,
Spine, 1983, 8:665
48. Antoniou J, Steffen T, Nelson F et al., ‘The human lumbar intervertebral disc. Evidence for changes in the biosynthesis and denaturation of the extracellular matrix with growth, maturation, ageing, and degeneration’,
J Clin Invest, 1996, 98:996
49. Kakitsubata Y, Theodorou DJ, Theodorou SJ et al., ‘Magnetic resonance discography in cadavers. Tears of the annulus fibrosus’,
Clin Orthop Relat Res, 2003, 407:228
50. Hormel SE, Eyre DR, ‘Collagen in the ageing human intervertebral disc. An increase in covalently bound fluorophores and chromophores’,
Biochim Biophys Acta, 1991, 1078:243
51. Nerlich A, Schleicher ED, Boos N, ‘Immunohistologic markers for age‐related changes of human lumbar intervertebral discs. 1997 Volvo Award Winner in Basic Science Studies’,
Spine 1997, 24:2781
52. Sivan SS, Tsitron E, Wachtel E et al., ‘Age-related accumulation of pentosidine in aggrecan and collagen from normal and degenerate human intervertebral discs’,
Biochem J, 2006, 399:29
53. Vernon-Roberts B, Pitie CJ, ‘Degenerative changes in the intervertebral discs of the lumbar spine and their sequelae’,
Rheumatol Rehab, 1977,16:13
54. Adams MA, Dolan P, Hutton WC, ‘The stages of disc degeneration as revealed by discograms’,
J Bone Joint Surg, 1986, 68B:36
55. Lawrence JS, ‘Disc degeneration. Its frequency and relationship to symptoms’,
Ann Rheum Dis, 1969, 28:121
56. Miller JAA, Schmatz C, Schultz AB, ’Lumbar disc degeneration: correlation with age, sex, and spine level in 600 autopsy specimens’, Spine, 1988, 13:173
57. Frobin W, Brinckmann P, Biggemann M et al., ‘Precision measurement of disc height, vertebral height and sagittal plane displacement from lateral radiographic views of the lumbar spine’,
Clin Biomech, 1997, 12(Suppl 1):S1
58. Frobin W, Brinckmann P, Kramer M et al., ‘Height of lumbar discs measured from radiographs compared with degeneration and height classified from MR images’, Eur Radiol, 2001, 11:263
59. Adams MA, McNally DS, Dolan P, ‘'Stress' distributions inside intervertebral discs. The effects of age and degeneration’,
J Bone Joint Surg, 1996, 78B:965
60. Adams MA, McMillan DW, Green TP et al., ‘Sustained loading generates stress concentrations in lumbar intervertebral discs’,
Spine, 1996, 21:434
61. Pfirrmann CW, Metzdorf A, Zanetti M et al., ‘Magnetic resonance classification of lumbar intervertebral disc degeneration’,
Spine, 2001, 26:1873
62. Twomey LT, Taylor Jr, ‘Age changes in lumbar vertebrae and intervertebral discs’,
Clin Orthop Relat Res, 1987, 224:97
63. Amonoo-Kuofi HS, ‘Morphometric changes in the heights and anteroposterior diameters of the lumbar intervertebral discs with age’,
J Anat, 1991, 175:159
64. Shao Z, Rompe G, Schiltenwolf M, ‘Radiographic changes in the lumbar intervertebral discs and lumbar vertebrae with age’,
Spine, 2002, 27:263
65. Roberts N, Gratin C, Whitehouse GH, ‘MRI analysis of lumbar intervertebral disc height in young and older populations’,
J Magn Reson Imaging, 1997, 7:880
66. www.guy-declerck.com / Spinal Pathologies / Spinal Osteoporosis
67. Dequeker J, ‘Inverse relationship of interface between osteoporosis and osteoarthritis’,
J Rheumatol, 1997, 24:795
68. Dai L, ‘The relationship between osteoarthritis and osteoporosis in the spine’,
Clin Rheumatol, 1998, 17:44

* Guy Declerck, MD
. 1964, Grieks-Latijnse Humaniora
. 1978, Dokter in de Genees-,Heel-, en Verloskunde (KUL)
. 1983, Medische Specialist in de Orthopedie (KUL & Exeter, UK)
. 1988, Postgraduate Orthopedic Surgery (Plymouth & Liverpool, UK)
. 1989, Spinal Fellow in Adult Spinal Surgery (Perth, Australia)
. 1989, Research Fellow in Spinal Injuries & Rehabilitation (Perth, Australia)
. 1989, Neuromuscular Foundation of Western Australia Postgraduate Studentship
. 1992, Spinaal Orthopedisch Chirurg (Vlaanderen en buitenland)
. 1992, Medical Doctor National Belgian Judo Team
. 1993, European Spine Research Fellowship ‘Bionic Walking’ (Stoke-on-Trent, UK)
. 1994, Worldwide Encyclopaedia Invited Surgeon and SAFIR Spinal Travel Fellowship
. 2003, Rugchirurg-op-rust in Vlaanderen
. 2003-2006, Sabbatical
. 2007-2014, International Spinal Research, Spinal Scientific Advisory Consultant & Instructor
. 2007-now, Consultant Research & Development Innovative & Restorative Spinal Technologies
. 2007-now, Spinal Lecturing & Writing, Surgical Education (www.guy-declerck.com en www.hhp.be/nl/blog)
. 2012-now: President International Association Andullation Therapy (www.iaat.eu)

DISCUSSIE

Reageer