Nieuws

 

23.02.2016
Sporten, melkzuur, kalium en spierpijnen

Men weet sinds de ‘oude’ Grieken dat regelmatige beoefening van lichaams- en sportactiviteiten (weliswaar niet de professionele) in belangrijke mate kan bijdragen tot een goede gezondheid (WHO; McCartney). Toch voelt niet iedereen zich lekker na het sporten. Een kleine minderheid blijft zelfs ‘immuun’ voor lichamelijke oefeningen. Hoeveel ze ook fitnessen, nooit zullen ze zich fitter […]

Men weet sinds de ‘oude’ Grieken dat regelmatige beoefening van lichaams- en sportactiviteiten (weliswaar niet de professionele) in belangrijke mate kan bijdragen tot een goede gezondheid (WHO; McCartney). Toch voelt niet iedereen zich lekker na het sporten. Een kleine minderheid blijft zelfs ‘immuun’ voor lichamelijke oefeningen. Hoeveel ze ook fitnessen, nooit zullen ze zich fitter voelen. Waarom? Wanneer men ten gevolge van een genetische aanleg tijdens een inspanning onvoldoende zuurstof kan opnemen, wordt de uitgevoerde sportactiviteit bemoeilijkt en blijft de positieve invloed op de gezondheid uit. Het effect is soms ronduit negatief! 

Spierpijnen: de oorzaak

Wanneer men onvoldoende actief is of een sedentair leven leidt, nemen massa, kracht en weerstand van de spieren af. Zwakkere spieren kunnen ook de oorzaak zijn van diabetes, tal van chronische hart- en longaandoeningen, hoge bloeddruk, obesitas en andere aandoeningen die in opmars zijn in onze moderne en virtuele maatschappij. 

Om een specifieke inspanning te leveren, waarbij snelheid, kracht of uithouding gemoeid is, hebben we spieren nodig. Het gemiddelde vrouwenlichaam bestaat uit 15 kg spieren. De gemiddelde man beschikt over 28 kg spieren. Binnenin een spier bevinden zich duizenden spiercellen die gebundeld zijn in spiervezels. Hoe meer spiervezels in actie kunnen treden, hoe groter de geleverde inspanning. Inactieve personen hebben weinig ontwikkelde spiervezels. Actieve personen hebben er veel meer. Hoe dan ook, wanneer een bepaalde inspanning geleverd wordt, zijn het steeds dezelfde spiervezels die geactiveerd worden en dezelfde die inactief blijven! Wanneer dan de actieve spiervezels nog intenser moeten gaan werken, zullen deze niet alleen minder zuurstof ontvangen maar zullen ook hun afvalstoffen niet afgevoerd worden wegens een lagere bloedvoorziening. Na verloop van tijd ontstaat er dan vermoeidheid, stijfheid en pijn.

De skeletspieren trekken samen omdat de hersenen via het ruggenmerg en vele zenuwen elektrische signalen doorsturen naar de betrokken spiergroepen. Door te trainen kunnen we de spieren beter laten presteren. Door te oefenen leren de spieren meer melkzuur te produceren en vooral zo weinig mogelijk kalium (K+) te verliezen. Toch zullen de spieren na verloop van tijd dienst weigeren en verkrampen. Naarmate ze langer en intenser gebruikt worden, wordt er niet alleen meer melkzuur aangemaakt maar wordt er ook meer en meer kalium verbruikt. Omdat melkzuur de gevoeligheid van de spieren voor de hersensignalen verhoogt, blijft het opstapelende melkzuur ervoor zorgen dat de spieren wel nog kunnen samentrekken hoewel de hoeveelheid kalium daarentegen vermindert. Maar op het ogenblik dat er geen kalium meer voorhanden is, laten de spieren het afweten. Hoe groot de hoeveelheid melkzuur dan ook moge wezen, de spieren raken vermoeid, verkrampen, en blokkeren. Er ontstaat een stekende pijn.

Geraadpleegde bronnen

EU            
European Commission. Special Eurobarometer 412:”sport and physical activity”. 2014
http://EC.Europa.EU/health/nutrition/physical activity (accessed May 1, 2015)

McCartney G et al.
The health and socioeconomic impacts of multi-sport events. Systematic review
Brit Med J (BMJ), 2010, 340:c2369

Pedersen TH et al.
Intracellular acidosis enhances the excitability of working muscle
Science, 2004, 305:1144

Pedersen TH et al.
Increased excitability of acidified skeletal muscle. Role of chloride conductance
J Gen Physiol, 2005, 125:237

Watson JD
Type 2 diabetes as a redox disease
Lancet, 2014, 383:841

WHO        
Global recommendations on physical activity for health
Geneva: World Health Organization, 2010